De twaalf regels op een rij
- Nooit onbeheerd. Even naar de buren, even boodschappen doen of even douchen: doof de kaars. Dit is met afstand de belangrijkste regel.
- 30 cm vrije ruimte rondom. Gordijnen, kussens, boeken, servetten, kerstgroen, papieren decoratie: alles op minimaal een armlengte afstand.
- Stabiele, hittebestendige ondergrond. Glas, keramiek, metaal of steen. Een waxinelichtje direct op een houten of gelakte tafel schroeit een ring in het blad.
- Tochtvrij plaatsen. Tocht laat vlammen overslaan naar nabij materiaal en veroorzaakt roet. Niet bij een open raam, deur of ventilatierooster.
- Maximaal 4 uur per brandbeurt. Daarna wordt de wasplas te heet en het glas te warm. Lees hoe lang een kaars mag branden.
- Lont op 1 cm. Een korte lont geeft een lage, rustige vlam. Zie de lont bijknippen.
- Stop bij 1 cm restwas. Onderin brandt de vlam vlak boven het glas; dat kan barsten of de ondergrond schroeien.
- Houd afstand tussen kaarsen onderling. Minimaal 10 cm, anders verwarmen ze elkaar, gaan ze sneller smelten en kunnen ze omvallen.
- Doof met een dover, niet met water. Water in hete was spat en kan een steekvlam geven.
- Kinderen en dieren buiten bereik. Zet kaarsen achter of boven wat een kat kan bereiken; zie kaarsen en huisdieren.
- Werkende rookmelders op elke verdieping. In Nederland verplicht in alle woningen. Test ze twee keer per jaar.
- Geen kaarsen in de slaapkamer voor het slapen. Wil je toch sfeer bij het inslapen, kies dan LED-kaarsen.
Waar het meestal misgaat
Kaarsenbranden ontstaan zelden door een defecte kaars. Ze ontstaan doordat de situatie eromheen verandert: de kat springt op tafel, een raam gaat open en een gordijn waait over de vlam, de adventskrans droogt in de loop van december uit tot een pluk aanmaakhout, of iemand valt op de bank in slaap met kaarsen aan. Zet je kaarsen daarom altijd neer met de vraag in je hoofd: wat gebeurt er als dit ding omvalt of als er iets overheen waait?
Twee specifieke risicomomenten verdienen extra aandacht. Ten eerste de adventskrans: gebruik verse takken, ververs ze in december en vervang de kaarsen ruim voordat ze tot de krans zijn afgebrand. Zie onze gids over adventskaarsen. Ten tweede de kerstboom: echte kaarsen in een boom horen niet meer thuis in een huis met synthetische decoratie en droge naalden.
Veilige ondergronden en houders
- Waxinelichtjes: altijd in een houder van glas, keramiek of metaal. Het aluminium bakje wordt heet genoeg om lak te beschadigen.
- Stompkaarsen: op een plateau of schaal die minstens 2 cm breder is dan de kaars, zodat weglopende was opgevangen wordt.
- Dinerkaarsen: in een zware kandelaar die niet kantelt als iemand de tafel aanstoot. Een lichte kandelaar met een lange kaars is topzwaar.
- Kaarsen in glas: controleer of het glas geen scheurtjes heeft. Een gebarsten pot kan bij de laatste centimeters bezwijken.
- Buiten: gebruik windlichten of lantaarns; zie buitenkaarsen die tegen wind kunnen.
Passende houders vind je in onze gids over kaarsenhouders en kandelaars, of direct in het aanbod glazen windlichten.
Wat te doen als het misgaat
- Kleine vlam, direct te bereiken: smoor hem met een blusdeken of een dikke, natte theedoek. Zuurstof wegnemen werkt sneller dan blussen.
- Nooit water op brandende was of vet. Water zakt door de hete was, verdampt explosief en verspreidt de vlammen.
- Vuur groter dan een prullenbak: niet zelf blussen. Deur dicht, iedereen naar buiten, 112 bellen.
- Brandwond door hete was: minimaal 10 minuten koelen met lauw stromend water. Laat wasresten op de huid zitten; trek ze er niet af.
- Glas gebarsten tijdens branden: niet aanraken, laat de kaars uitgaan of doof met een dover, en laat alles volledig afkoelen.
Een blusdeken in de keukenkast is het goedkoopste stuk brandveiligheid dat je kunt kopen en werkt ook bij pannenbrand.
Veiliger branden zonder in te leveren op sfeer
Wie kleine kinderen of nieuwsgierige huisdieren heeft, hoeft kaarsen niet af te zweren. Combineer: echte kaarsen op tafel als je erbij zit, en LED-varianten op de vensterbank, in de kinderkamer of op plekken waar je ze uren aan laat staan. Kies daarbij modellen met een timer, dan gaan ze ook uit als je ze vergeet. Meer over die keuze lees je bij LED-kaarsen met timer.
Kies daarnaast kaarsen die uit zichzelf rustiger branden: een lagere geurbelasting, een goed gecentreerde lont en een stevige pot. Meer achtergrond over roet en verbranding vind je bij de feiten over kaarsen en gezondheid en in de rest van de kennisbank.
Veelgestelde vragen
Mag ik een kaars laten branden terwijl ik in dezelfde kamer slaap?
Nee. Slapen telt niet als toezicht: je merkt niet dat een kaars omvalt of dat een gordijn vlam vat, en rook maakt je pas laat wakker. Doof alle kaarsen voor je gaat slapen en gebruik LED-kaarsen als je toch sfeerlicht wilt.
Hoeveel afstand moet er tussen kaarsen onderling zitten?
Houd minstens tien centimeter aan. Staan kaarsen dichter bij elkaar, dan verwarmen ze elkaar, smelt de was aan de naar elkaar toe gekeerde kant sneller weg en gaan ze scheef branden. Bij dinerkaarsen ontstaat zo ook makkelijk gedruip.
Wat doe ik als een glazen kaarsenpot barst tijdens het branden?
Raak niets aan. Doof de vlam met een dover of een blusdeken en laat het geheel minstens een uur volledig afkoelen. Ruim de scherven daarna op met een stoffer en veeg de laatste splinters met een vochtig stuk keukenpapier weg.
Zijn geurkaarsen brandgevaarlijker dan gewone kaarsen?
Niet wezenlijk. Wel geven zwaar geparfumeerde kaarsen vaker een grotere, onrustige vlam en meer roet, en staan ze vaak in glas dat onderin heet wordt. De gewone regels volstaan: lont op een centimeter, tochtvrij branden en stoppen bij een centimeter restwas.